Visie

Visie Anne De Paepe

SAMEN werken aan kwaliteit!

Ik ga voor kwaliteit.

Graag wil ik langs deze weg mijn visie op en aandachtspunten voor dit beleid nader toelichten, waarin ‘SAMEN WERKEN AAN KWALITEIT’ centraal staat. We zijn terecht fier op onze Universiteit! We wensen bovenal dat ze nationaal en internationaal aanzien en autoriteit uitstraalt en haar goede reputatie verder uitbouwt. We willen onze studenten een ‘kwaliteitslabel’ meegeven waarmee ze hun slaagkansen op de arbeidsmarkt verhogen en goed voorbereid worden op hun toekomstige taken en verantwoordelijkheden in de maatschappij. We willen werken, studeren, doceren, onderzoeken en ondernemen in een dynamische en stimulerende werkomgeving. We willen dit ook allemaal graag doen in een aangename en empathische werksfeer. Dit vraagt een grote inzet van ons allen met kwaliteit als gemeenschappelijk doel. Efficiënte netwerking met alle stakeholders, constructieve samenwerking en ‘partnerships’ met binnen- en buitenlandse universiteiten en met diverse maatschappelijke, economische actoren en beleidsmakers acht ik hierbij van essentieel belang.


Kwaliteitsvol onderwijs: een kernopdracht.


Onderwijs is een kerntaak van onze Universiteit. We willen jonge mensen vormen en trainen tot wereldburgers die gewapend zijn met de juiste vakkennis maar ook blijk geven van ondernemingszin, kritisch denkvermogen en maatschappelijk engagement. Kwaliteit in het onderwijs vereist een opleidingsprogramma dat studenten klaarstoomt voor de arbeidsmarkt en hen eveneens een goede intellectuele vorming meegeeft.
Kwaliteitsevaluaties door adequate ondersteuning

Onze onderwijsprogramma’s moeten up-to-date zijn en gericht op efficiënte kennisverwerving. We moeten inspelen op nieuwe en gediversifieerde onderwijsvormen. Het is van groot belang dat faculteiten hiervoor over de nodige mankracht en middelen beschikken en door regelmatige evaluaties de kwaliteit van inhoud en vorm waarborgen.

Correcte waardering van onderwijsactiviteiten voor iedereen.

Inspanningen voor onderwijs moeten voldoende in rekening gebracht worden bij evaluatie en bevordering. Met het nieuwe loopbaanmodel dat recent werd geïntroduceerd, kunnen onderwijstaken – althans voor het ZAP kader – beter in kaart worden gebracht . Ook voor de leden van het AAP en ATP moeten inzet en inspanningen voor onderwijs correct gewaardeerd worden. Kwaliteit in het onderwijs bevorderen betekent ook dat lesgevers ingezet worden in functie van hun competenties en interesses. We moeten allen ons steentje bijdragen aan het onderwijs, maar er moet voldoende flexibiliteit zijn in de manier waarop onderwijstaken ingevuld en gehonoreerd worden. In een tijd van krappe middelen kunnen ook interuniversitaire programma’s bijdragen tot kwaliteitsvol en kosten-effectief onderwijs.

Blijven inzetten op internationalisering.

Voortbouwend op het elan van de voorbije jaren moeten we blijven inzetten op internationalisering in het onderwijs. We moeten onze studenten nog meer kansen bieden om in het buitenland te studeren alsook buitenlandse studenten en doctorandi aantrekken, en hierbij ook aandacht hebben voor uitwisselingsprogramma’s met landen in volle ontwikkeling.

Onderzoek: onze troef.


Excellent onderzoek is een belangrijke troef voor de internationale visibiliteit en aantrekkingskracht van onze Universiteit. Excellent onderzoek is immers een katalysator voor het aantrekken van jonge onderzoekers en voor het genereren van nieuwe geldstromen uit competitieve onderzoeksprogramma’s. Onderzoek kan hierdoor verder groeien, en dit genereert tegelijkertijd ook werkgelegenheid en middelen voor de bredere werkomgeving.
Toegepast en fundamenteel onderzoek zijn complementair.

Vanuit mijn eigen onderzoek heb ik ervaren dat het belangrijk is om in te zetten zowel op fundamenteel als op toegepast onderzoek met een economische en/of maatschappelijke valorisatie. Beide zijn interdependent en kruisbestuivend. Onze financierings- en evaluatiemechanismen dienen beide te ondersteunen, zonder ze onderling in negatieve competitie te dwingen. Hiervoor zijn afzonderlijke financieringsoproepen en gedifferentieerde evaluaties nodig.

Naar een kwalitatieve onderzoeksevaluatie.

Evaluatie van onderzoek moet meer zijn dan een eenzijdige kwantitatieve, bibliometrische weging, maar moet ook kwalitatieve parameters in acht nemen (bvb innovatief karakter, maatschappelijke relevantie en valorisatie, eigen inbreng van de onderzoeker, …). Goed wetenschappelijk onderzoek moet ontegensprekelijk resulteren in publicaties die nieuwe kennis en inzichten ter beschikking stellen van andere onderzoekers en van de gemeenschap. Toch moeten we erover waken dat een te hoge publicatiedruk op termijn niet alleen de kwaliteit van het onderzoek, maar ook de integriteit en collegialiteit van de onderzoekers gaat compromitteren.

Grensverleggend onderzoek: durf dromen.

Er moet ook voldoende steun en aandacht blijven gaan naar potentieel grensverleggend onderzoek dat niet onmiddellijk een ‘return on investment’ oplevert, maar tot een echte doorbraak kan leiden op termijn en daarom in alle vrijheid zijn weg moet kunnen vinden. De Universiteit is bij uitstek de plaats waar creativiteit moet gestimuleerd en beschermd worden. Ik pleit ook voor interdisciplinair onderzoek binnen en buiten de Universiteit, en geloof vooral in onderzoeksconsortia die bottom-up zijn gegroeid. Beleidsmatige ondersteuning is cruciaal om dure en gesofisticeerde onderzoeksinfrastructuur toegankelijker te maken voor een grotere groep onderzoekers, waardoor opnieuw kwaliteit van onderzoek bevorderd wordt. Ik heb met genoegen vastgesteld dat er veel aanknopingspunten voor mijn gedachtegoed te vinden zijn in het Strategisch Groeiplan van de UGent.

De juiste vrouw (man) op de juiste plaats.



Samenwerking en goede communicatie op alle niveau’s binnen de Universiteit is essentieel in het streven naar kwaliteit. Het uitstippelen van nieuwe beleidsvoorstellen moet gebeuren in volle transparantie door voorafgaandelijke aftoetsing met decanen en vertegenwoordigers van de verschillende geledingen. Efficiënte samenwerking tussen centrale administratie en faculteiten is voor mij een hoge prioriteit en ik wil ook aandacht hebben voor een goede coördinatie en synergie van de diverse administratieve diensten door vaste overlegmomenten, toegankelijke meldpunten en efficiënte opvolging van probleemdossiers te stimuleren.

Beter perspectief voor post-docs.

Voor AAP en post-docs is het voorstellen van een eerlijk loopbaanperspectief belangrijk. Naast het bevorderen van de instroom, moet ook veel aandacht gaan naar de academische doorstroming en de begeleiding van de uitstroom naar de arbeidsmarkt. We moeten ook nadenken over een voldoende performant middenkader dat een belangrijke ondersteunende rol in onderwijs en onderzoek vervult. Mensen kiezen voor onze universiteit omwille van de vrijheid en de flexibiliteit die ze er ervaren in het invullen van hun functie. We moeten erop toezien dat de steeds toenemende werkdruk de dynamiek en het enthousiasme op de werkvloer niet gaat ondermijnen.

Transparantie voor het ATP verzekeren.

Naar het ATP toe wil ik erop toezien dat de kwaliteit van de werkplek wordt gegarandeerd door transparante afspraken over hun werkstatuut en werkzekerheid en dat de waardering van hun taken tot uiting komt in een aangepaste functieclassificatie.

Participatie door studenten aanmoedigen.

Het huidige participatieve model van de UGent waarin ook onze studenten steeds een constructieve en positieve rol hebben gespeeld, zie ik als een noodzaak voor het goed functioneren van een democratische instelling die onze Universiteit moet zijn.

Mens sana in corpore sano.

Ik wil ook ruimte en ondersteuning bieden aan sportieve en culturele initiatieven voor studenten en personeel, die verrijkend zijn voor de persoonlijke ontwikkeling en die sociaal contact en goede communicatie binnen de universitaire gemeenschap bevorderen.

Een realistisch en evenwichtig genderbeleid.



Ik pleit voor een evenwichtig genderbeleid met een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen en mannen in de bestuursorganen en aandacht voor genderspecifieke factoren in de uitbouw van de academische loopbaan. We moeten af van de nog té stereotype denkpatronen over mannelijke en vrouwelijke competenties, leiderschap en taakverdelingen. De combinatie van mannelijke en vrouwelijke leiderschapskenmerken in bestuurs- en evaluatiecommissies is een absolute meerwaarde, die creativiteit, productiviteit en objectiviteit bevorderen. De aanbevelingen geformuleerd door de VLIR High Level Taskforce Gender beschouw ik als een goede leiddraad voor de implementatie van een duurzaam genderbeleid binnen onze instelling. Quota die de samenstelling van de bestuurs-, advies- en beslissingsorganen numeriek aanpassen zijn niet waardevol op zich en wekken veel weerstand op, maar ze zijn soms een noodzakelijk hulpmiddel. Ze moeten echter toegepast worden op een genuanceerde wijze, met een realistisch en haalbaar tijdskader zodat vrouwen én mannen niet onder een nog hogere werkdruk komen te staan. Daarnaast zijn structurele maatregelen nodig zoals het in rekening brengen van zwangerschaps- en ouderschapsverlof (ook voor mannen) in de reële onderzoekstijd. Het ter beschikking stellen van instrumenten die de combinatie werk en gezin ten goede komen (flexibele werkvormen, mogelijkheid tot thuiswerk, kinderopvang, …) vind ik heel belangrijk.

De overheid als partner.



Een belangrijke taak voor rector en vice-rector is het behartigen van onze belangen naar de overheid toe. De ervaring heeft geleerd dat we onze noden pro-actief moeten aankaarten om tot redelijke oplossingen te komen inzake implementatie van regelgeving en het veilig stellen van onze financiering. Hiervoor is een sterke tandem nodig van rector en vice-rector. Het zou goed zijn dat ze zich hierin laten bijstaan door een specifieke stuurgroep of taskforce die onderhandelingen met betrokken overheidsinstanties voorbereidt en ondersteunt. Door efficiënte netwerking moeten we de belangen van onze Universiteit meer op de politieke agenda plaatsen.

De functies van rector en vice-rector beschouw ik als evenwaardig en complementair binnen een coherent team dat in een geest van openheid en transparantie onze Universiteit als een ‘creative community’ in een snel evoluerende maatschappelijke context moet (bege)leiden.

Ik ben er klaar voor!